Financiering
Eigen inbreng: hoeveel heb je nodig, en hoe vergroot je het?

Zonder eigen geld wordt financieren lastig. Maar eigen inbreng is meer dan spaargeld. Dit telt mee, en zo maak je het groter.
Hoeveel is genoeg?
Een vuistregel: financiers verwachten dat je 10% tot 25% van je totale investering zelf inbrengt. Bij een microkrediet kan het minder zijn, bij de aankoop van een bedrijfspand is het vaak 20% tot 30%. Hoe meer risico de financier ziet, hoe meer eigen inbreng hij vraagt.
Waarom vindt een financier het belangrijk?
Eigen inbreng is een buffer voor tegenvallers en laat zien dat je zelf in je plan gelooft. Een ondernemer die eigen geld riskeert, zet zich ook net wat harder in. Bovendien hoeft de financier dan minder te lenen, waardoor zijn risico kleiner wordt.
Wat telt mee?
- Spaargeld dat je in je bedrijf stopt.
- Inbreng in natura: een bus, gereedschap of inventaris die je al hebt.
- Een achtergestelde lening, bijvoorbeeld van familie, een informal investor of de verkoper van een bedrijf. Omdat die lening pas na de bank wordt terugbetaald, telt hij voor de bank als eigen vermogen.
- Soms een subsidie of een achtergestelde crowdfundinglening.
Lenen van familie: doe het zakelijk
- Leg de lening schriftelijk vast, met rente, looptijd en aflossing.
- Spreek af dat de lening achtergesteld is bij de bank of andere financier. Anders telt hij niet als eigen inbreng.
- Reken een zakelijke rente. Een te lage of te hoge rente kan fiscale gevolgen hebben.
- Bespreek wat er gebeurt als het tegenzit. Dat voorkomt spanningen aan de keukentafel.
Doe de gratis quick scan en ontvang je persoonlijke rapport.
Dit artikel is algemeen van aard en geen persoonlijk financieel, fiscaal of juridisch advies. Zie ook onze disclaimer.


